2 Maanden geleden leek ons hele leven nog normaal. We zouden een 2e baby krijgen in een jaar tijd, best spannend maar dat zouden we gewoon even doen.
En dan veranderd alles in een paar luttele seconden.

Hoewel een ziekenhuisopname voor mezelf inmiddels gesneden koek was (niet gek met twee ingrijpende operaties in 2 jaar en 4 opnames bij de zwangerschap van Ravi), is het bij je eigen kind toch op eens heel anders. Zeker bij een spoedopname als deze. Je weet niet wat er gaat gebeuren, je weet niet wat ze allemaal van plan zijn en je weet al helemaal niet wat het nou precies allemaal inhoudt! Als je kind voor amandelen, buisjes of iets anders opgenomen wordt, krijg je nog even een gesprek van te voren en weet je al tijden op welke dag je verwacht wordt. Nu was het allemaal heel plotseling. En toch… handelden we alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Inmiddels zitten we bijna 7 weken in dit pakket. In deze 7 weken is er minstens 20 keer in mijn zoon geprikt. Is hij 4 keer onder narcose geweest. Heeft hij 4 bloedtransfusies gehad. Alle eerste keren zijn vreemd. Heel onnatuurlijk om tegen je kind te zeggen dat je weet dat het stom is maar dat dat prikje even moet. Heel onnatuurlijk om je zoon in je armen weg te voelen zakken omdat de narcose zijn werk doet. Ook heel onnatuurlijk om een zakje bloed te zien inlopen in het infuus dat naar je zoon zijn VAP loopt.

En toch… na een paar keer is dat op eens normaal. Is het in bedwang houden van Duuk bij prikjes normaal en weet ik dat hij op dat moment moord en brand schreeuwt, maar dit na het prikje ook gelijk weer over is. Loop ik niet meer met tranen in mijn ogen de OK af maar, eerder lachend omdat Duuk nog een grapje maakt voor hij onder narcose gaat. En ook die bloedtransfusies zijn de normaalste zaak van de wereld en geniet ik van de kleur die hij er van op zijn wangetjes krijgt naarmate het zakje verder inloopt.

En zo zullen er de komende maanden nog een hele hoop abnormale dingen heel normaal worden. Je wil het niet. Maar het gebeurd. En het moet gebeuren.

Inmiddels zitten we weer thuis. En op eens is daar alles niet meer zo normaal. Waar het eerst heel normaal was dat Duuk hier en daar wat hoestte, vind ik het nu doodeng en loop ik hem regelmatig te observeren. Als ik zelf van buiten kom met ijsklompjes aan mijn armen en ik geef Duuk een aai over zijn bol, vind ik hem meteen gloeiend heet. Stom natuurlijk, want dat lijkt altijd zo als je eigen handen ijskoud zijn! Zo alert zijn… het put je uit. Alle mama-antennes staan op hypergevoelig en bij elke kleinste afwijking zit ik te denken of ik er iets mee moet. Zo kwam het ook dat we de afgelopen 3 weken in het ziekenhuis waren. Dat blauwe plekje zinde me maar niks… en ook dan blijkt maar weer dat mijn moedergevoelens mij niet in de steek laten. Ze passen zich wellicht aan, maken van abnormale dingen iets heel normaals en bij hele normale dingen gaan de alarmbellen af… maar het blijft tot nu toe iets om me aan vast te houden. Iets waar ik me aan vast durf te houden en waar ik me nog steeds vertrouwd bij voel.

Wie weet laten ze me ooit in de steek, maar ook dat zal dan waarschijnlijk weer heel snel “normaal” worden…